BOEKEN

Hoewel ik van regelmaat in alles hou, kan dat niet gezegd worden over de boeken die ik schrijf. Dit jaar in mei kwam mijn 13de boek uit - ik schrik zelf van het aantal - maar dat dank ik enigszins aan de corona-lockdown. Boeken schrijven vraagt tijd en een vrije geest. Veel tijd om te denken, te schrijven en daarna te schrappen. Mijn agenda laat dat niet altijd toe. Schrijven voor tijdschriften heb ik wel altijd gedaan (voor populaire bladen als TV Express, Flair, Feeling, het ter ziele gegane Telepro, Story en nu Primo, maar ook voor De Nieuwe), maar dat zijn korte wekelijkse bijdragen en ook daar draait alles rond: regelmaat.

Toen ik in 1984 het "Cinemanieboek" voor BRT in elkaar mocht steken, kreeg ik de smaak te pakken. De aanloop naar meer waren 2 bundels met cursiefjes - bezwaarlijk grote lectuur of literatuur te noemen - en daarna volgden 2 kermisboeken met een tussenpauze van... 12 jaar. Omdat ik gewoonweg geen tijd had. De kermisboeken zijn de rode draad gebleven en ik ben ondertussen weer met eentje bezig dat gepland is voor najaar 2022. Ik zoek altijd graag naar een andere invalshoek waarbij de overlappingen met een vorig kermisboek zo klein mogelijk zijn. Na een reisverhaal, een boek met ingenieur David Detiège, het boek over de geschiedenis van de Sinksenfoor en een columnboek in pocketformaat denk ik dat het volgende kermisboek echt wel waardevol wordt. En denk vooral niet dat alleen kermisfans die boeken kopen: zo haalden "Foorwaarts" uit 1987 en "Een tapijt vol verbeelding" (het boek over de Sinksenfoor) allebei drie drukken en ook de pocket "Kaartjes Aan De Kassa" kreeg een tweede druk. De kermiskalender "Roulez Roulez. Alle Dagen Kermis" beschouw ik niet als een echt boek, maar ik ben nog altijd trots dat we dit luxueuze project konden realiseren.


Ik nam me ooit voor om nooit dikke boeken te schrijven. Dat laat ik aan mensen die dat veel beter kunnen, met literaire kwaliteiten. Het gaat er mij om een passie te kunnen delen met anderen, of dingen te ontrafelen waarmee ik te maken krijg en die mijn leven doorkruisen. Toch werd "Rozen of Distels voor Sandra" een behoorlijk lijvig boek van meer dan 240 bladzijden. Dit boek over het Vlaamse populaire lied - dat té veel in de verdrukking is geraakt door de jaren heen - en de media (vooral radio) is omstreden. De media-aandacht op TV was groot (Phara, De Rode Loper, diverse andere magazines) en in kranten kreeg ik ook geregeld een podium, maar de radiozenders (waarover het gaat) zwegen het in Vlaanderen dood. In Nederland kreeg het boek dan weer - vreemd genoeg - wel aandacht, zowel op Radio 5 als Radio 2. Gelukkig vond het boek zijn weg naar veel kopers. Een stukje van de inleiding kan je hier inkijken.


Het boek dat in mei bij Uitgeverij Vrijdag - voor mij sinds jaren een veilige haven - verscheen, is wellicht mijn meest persoonlijke boek ooit en het eerste waar het woord 'kermis' niet in voorkomt. "Wanneer zien we u terug? De laatste bed & breakfast" gaat over mijn ouders die altijd erg eigenzinnig en autonoom waren en zich nu in hun 90+ dagen moeten aanpassen aan het leven in een rusthuis. Een boek vol flashbacks, petites histoires en gekke gewoontes binnen ons gezin. Geen boek over dementie, geen boek over oud worden (mijn ouders zijn oud). Wel een eerbetoon aan twee mensen die heel oud mogen worden. Moeten worden. Een liefdevol portret van twee mensen die in mij verder leven. Humor, tragiek, poëzie maar vooral een gezonde dosis dankbaarheid. Over een vader die bij elk bezoek zegt: "Jongske, we gaan achteruit." Over een moeder waarvan ik hoop dat ze ooit nog een keer jongske tegen me fluistert.

Het is op geen enkele manier een sensationeel of onthullend boek - zoals "Oogcontact" in 2003, opgevat als een strandthriller over stalking, gebaseerd op waargebeurde feiten en met een twist aan het eind, wél was. Het is gewoon een boek dat dicht bij me staat. Of er in de toekomst nog meer boeken komen, is afwachten. Een echte roman ambieer ik niet, ook al kwam het Wablieftboek "Stille Vriendschap" dicht in de buurt. Er broeden nog wel wat ideetjes in het achterhoofd.


Een overzicht van mijn boeken:

Cinemaboek (1984)

Kijkhalzend (1985)

Tout Court (1986)

Foorwaarts (1987)

Roulez Roulez. Een draaiboek van de kermis (1999)

Oogcontact (2003)

Oorlog in het hoofd (2008)

De Sinksenfoor. Een tapijt vol beweging (2009)

Rozen of distels voor Sandra (2010)

Alle Dagen Kermis (2012)

Stille vriendschap (2015)

Kaartjes aan de kassa (2016)

Kopzorgen (2017)

Wanneer zien we u terug? (2021)


Je kan heel goed zien wanneer ik het te druk had met andere projecten en boeken schrijven op het achterplan kwam: dat was zo de voorbije jaren met het gevaarte dat Eclips TV heet en waarvoor ik van december 2017 tot maart 2020 elke dag programma's maakte. Dan komt er van boeken weinig in huis. En in de jaren 90 eiste Radio Donna me volledig op.

Maar dat maak ik alvast goed door zowel in 2021 als 2022 met nieuwe boeken uit te pakken.

Beloofd.

De 2 boeken over het gehoorprobleem waarmee ik zelf sinds mijn brughoektumor in 1994 mee te maken kreeg, zijn voor mij erg belangrijk. "Oorlog in het hoofd" - een logboek over het oor én het eerste boek dat bij Uitgeverij Vrijdag verscheen in 2008 - was voor veel mensen met een aftakelend gehoor en tinnitus erg zinvol en daar was ik heel blij om. Ik wachtte zelf bijna 15 jaar om mijn ervaring neer te schrijven. Het bleef lange tijd verkrijgbaar en bereikte niet alleen slechthorende mensen. Want wat ik vertellen wilde, is even belangrijk voor mensen die hun 2 oren nog optimaal gebruiken. In 2017 vond ik het zinvol om ook een boek te schrijven waarin de focus meer op hyperacusis lag: dat resulteerde in "Kopzorgen". De inleiding van dat tweede boek kan je hier inkijken. Ik heb er een tijdlang lezingen aan gekoppeld. Dat was boeiend maar uitputtend. Daarna heb ik gedurende 2 jaar ook nog een lezing gedaan rond de Franse komische cinema onder de titel "La Petite Vadrouille. Vrolijke Fransen". Na 25 voorstellingen was er duidelijk nog veel vraag naar, maar mijn gehoor laat het helaas niet meer toe.

Jammer, want mijn generatie en nog enkele andere zijn opgegroeid met de Franse komische film - van Bourvil tot Fernandel, van Pierre Richard tot Les Charlots, van Jacques Tati tot Louis de Funès, die de spilfiguur in de lezing is. Volgende generaties zijn niet langer vertrouwd met die namen.

Toch denk ik niet dat ik de draad nog terug opneem en door het land zal trekken met deze lezing.

Er komt een moment dat je moet beseffen dat een aantal dingen niet meer lukken.