ARCHIEF 'CINE FOLLET'

MIJN AVONTUUR MET DE LOODGIETER


In afwachting van de meest uitgestelde film aller tijden, "No Time To Die", trakteerde ik me thuis op "Live And Let Die", de eerste James Bond die ik in de bioscoop in 1973 zag. De ruwe kantjes uit de vorige Bondfilms waren er afgevijld en vervangen door een vleugje humor en dat beviel de fans van het eerste uur niet. Ik wist niet beter en genoot als 12-jarige van deze cocktail van avontuur, spanning, humor en romantiek. Groot was mijn verbazing toen vooraf op mijn dvd in geblokte letters de melding verscheen 'deze film is verboden onder de 12 jaar'. "Live And Let Die" pakt uit met voodoo, slangen en krokodillen maar in iedere Harry Potter zitten meer schrikmomenten. "Live And Let Die" is jaren na datum wel hopeloos incorrect want elke booswicht in de film is zwart. Daar valt vroeg of laat nog iemand over.


Tegenwoordig heb je een arsenaal aan symbolen die omfloerst duidelijk maken of je te maken krijgt met geweld, seks, drugs of expliciete taal. Een commissie geeft er een getal aan: AL (voor iedereen), 6, 9, 12, 16. Vroeger was het eenvoudig: je had KT en KNT. Jonge mensen die vertrouwd zijn met sms-taal weten niet eens waarvoor het staat. Er was nog een andere categorie, maar die gold meestal alleen voor middernachtvertoningen 'streng verboden onder 18 jaar'. De jaren 70 waarin ik opgroeide, waren de hoogdagen van de softporno in de cinema. Het verbaasde me niet dat "Mazurka Der Liefde" werd gebrandmerkt als KNT maar ook episch spektakel als "Ryan's Daughter" van David Lean of het guitige "Cactus Flower" met Goldie Hawn kregen de stempel KNT aangesmeerd. De helft van het bioscoopaanbod was tot begin jaren 80 KNT.


Op mijn 18de wou ik zo'n KNT-film keuren. Samen met buurjongen Alex trok ik naar "Adventures Of A Plumber's Mate", een Britse sekskomedie in Cine Pathé. We moesten flink aanschuiven en ik was bang dat mijn leraar Grieks toevallig langsliep en me de rest van het schooljaar schuin zou bekijken. De film stelde niets voor: pikante dialogen van het niveau "Are You Being Served" en een schaarse blote damesborst. Achteraf bleek hoofdrolspeler Christopher Neil de ster van een hele reeks aangebrande komedies. Hij presenteerde zelfs gelijktijdig een kinderprogramma op BBC. Later werd Neil beroemd in de muziekwereld als producer van Rod Stewart, Celine Dion en José Carreras en schreef ettelijke hits, zoals de meezinger "Morning Train" van Sheena Easton. Hij schaamde zich nooit voor zijn verleden. Elaine Page - één van de stoeipoezen - wél. De zangeres die later de ster werd in Andrew Lloyd Webber musicals, wou haar naam van de affiche zodra ze beroemd werd. Haar verzoek werd niet gehoord.


Gelijktijdig met "De avonturen van een loodgieter" draaide in september 1978 de herneming van "Live And Let Die". KT. Want de stoeipoezen van Bond bleven aangekleed.

FANATIEKE FILMTREKJES


In een tweedehands dvd/cd-winkel in hartje Brussel betrapte ik me er vorig weekend op dat ik het nog altijd niet heb afgeleerd. Een oude gewoonte die erin sloop begin jaren 80: ik herschik heel subtiel de rekken. Als ik een verborgen parel vind in het dvd-aanbod plaats ik de film helemaal vooraan - als ik hem tenminste zelf nog niet in mijn collectie heb - en wil zo een geïnteresseerde filmliefhebber attenderen én verleiden tot een mogelijke aankoop. Een alfabetisch klassement hou ik intact, zo rebels ben ik nu ook weer niet. Maar ik gids mensen graag naar een goede film door mijn keuzes op een meer opvallende plaats te steken. Ervaring leert me dat mensen vaak de eerste 10 dvd’s in een rek keuren en hun zoektocht opgeven als er geen titel uitspringt. Daar zorg ik dus voor. Het staat hen vrij om mijn keuze te negeren.


Eén van die films die ik steevast vooraan plaats in de dvd-rekken is de magnifieke Britse tragikomedie "Brassed Off" uit 1996 met Ewan McGregor en Pete Postlethwaite. Op een filmbeurs zat de dvd enkele jaren geleden weggemoffeld tussen een handvol derderangs actiethrillers, gedoemd om te eindigen in het recyclagepark. De verontwaardiging was groot en mijn rechtvaardigheidsgevoel eiste dat "Brassed Off" een thuis vond. Ik nam de dvd uit de kartonnen doos van de verkoper, bekeek uitvoerig de hoes alsof ik interesse toonde en stopte de dvd toch weer terug. Natuurlijk helemaal vooraan. Bij de volgende stand gluurde ik over mijn schouder naar passanten die na mij kwamen. Geen 2 minuten later zag ik een kalende man "Brassed Off" afrekenen en in zijn draagtas stoppen. Ik had zin om de man te omhelzen. Mijn goede daad van de dag was volbracht.


Vroeger kocht ik ook verschillende exemplaren van een - naar mijn gevoel - knappe film op als die schandalig laag geprijsd stonden. Ik kon het niet aanzien dat een meesterwerk zomaar in de uitverkoop werd gezet. Wat de verkoper ervan dacht als ik 5 identieke exemplaren op de rolband van zijn kassa legde, kon me niet schelen. Ik bood de films niet voor het dubbele van de prijs aan op een tweedehands site. Nee, ik gaf ze weg op de radio, bracht de film zo in de herinnering en prees hem enkele minuten lang aan maar het stond je vrij om te bellen of te mailen als je interesse had in een exemplaar. Ik vergeet nooit dat ik voor mijn verjaardag een dvd-box kreeg met 3 films van de Spaanse regisseur Pedro Almodovar. De vriend motiveerde zijn keuze: "Ik weet dat je niet van zijn films houdt, maar dit trio zal je écht wel leren appreciëren."

Dat is mij een etappe te ver.

Ik wil gidsen, niet opdringen.

En dat wil ik hier graag weer doen zodra de bioscopen open mogen. Gidsen naar fijne films die kunnen inspireren, charmeren, intrigeren en je wereldbeeld breder maken.

Hopen en dromend dat cinema snel weer floreren mag in 2021.

Vooraf: verscheen in Primo begin januari dit jaar.

BLIJ WEERZIEN


Zodra december in zicht komt, is er wel iemand die me polst naar mijn filmtop tien van het voorbije jaar. Eerlijk: ik hou daar totaal niet van. Al die volstrekt oninteressante klassementen van boeken, cd’s en het ergst van al: mensen. Vaak opgesteld door één persoon, die zijn of haar goede smaak nog even graag etaleert. Dat competitieve element is alleen zinvol bij sportieve prestaties. Ook de ergerlijke trend om sterren aan films te geven, zou ik graag beëindigd zien in 2021. Sterren geef je aan een koelkast. Maar hoe vaak hoor je niet "vanavond is er naar het schijnt een schitterende film want hij krijgt 4 sterren." Ik maak me geen illusies: die lijstjes en sterren, daar is nog geen vaccin tegen gevonden.


Ik zwijg daarom wijselijk over wat de beste films van 2020 waren. Temeer omdat het een gehavend en onoverzichtelijk bioscoopjaar was. Een film komt voor mij het eerst tot zijn recht in de zaal. Als er bepaalde scènes op mijn netvlies gebrand blijven, ga ik over tot de aankoop van de dvd om de film achteraf te raadplegen als een goed boek. Dat klinkt behoorlijk ouderwets maar de term old school beschouw ik al jaren als een ereteken.


Ik weet wél probleemloos wat de mooiste film was die ik het voorbije jaar zag. Het is een film die rijpte met de jaren en ooit in 1989 hoog in al die top tien lijstjes van eminente filmcritici stond en toch wegdeemsterde en amper op televisie werd vertoond. "Reunion" van Jerry Schatzberg is het intrigerende verhaal over de vriendschap tussen Hans en Konradin, twee adolescenten van verschillende afkomst die elkaar leren kennen als het nazisme begint te broeden. Tot het onafwendbare in zicht komt en Hans door zijn ouders wijselijk naar Amerika wordt gestuurd. Na 40 jaar keert Hans terug naar de plek waar hij opgroeide en probeert uit te vlooien wat er van zijn vriend Konradin geworden is. Een sluimerend oorlogsdrama met een thrillerelement. Een briljant scenario van de beroemde toneelauteur en Nobelprijswinnaar Harold Pinter die pas in de laatste minuut alle puzzelstukken perfect in elkaar laat passen. Daarbij is de film visueel een juweeltje en prachtig vertolkt (door o.a. Jason Robards en Samuel West).

Toen "Reunion" in de zalen kwam, ging ik op 2 weken tijd 3 keer kijken, zo geïntrigeerd was ik door de filmische uitwerking.


Na een hopeloze zoektocht vond ik de film het voorbije jaar zowaar op blu-ray onder de Franse titel "L’Ami Retrouvé". Het was alsof ik een dierbare vriend terugvond. Ik schafte me er prompt een blu-ray speler voor aan. Een film die ik in geen 30 jaar zag, stond me helder voor de geest: flarden dialogen, fotografische vondsten en visuele details. Ik was werkelijk bedwelmd.

Ik weet zeker: dit is een film die ik voortaan ieder jaar terug bekijk.

Voor een keer geef ik "Reunion" graag 5 sterren. En meer.

Vooraf: dit verscheen in Primo TV Magazine in de week van Kerstmis.

EENZAME BIOSCOPEN


Ik heb me meermaals afgevraagd wie op kerstavond naar de bioscoop gaat. Zelf ervaar ik film kijken als een eenzame bezigheid. Ik hoef niemand naast mij die zegt dat de actrice een mooie jurk draagt. Of iemand die de film van extra ondertitels voorziet. "Ooh!" "Hoe erg." "Hij gaat toch niet…" Dat soort korte zinnetjes vol emotie geeft een filmervaring vaak een heel andere wending. Het klinkt wellicht egoïstisch, maar film beleef ik het liefst in mijn eentje. Zoals een goed boek. Daar leest ook niemand over je schouder mee. En daarom vermoed ik dat op kerstavond de zalen vol zitten met eenzaten zoals ik. Maar ook écht eenzame mensen die blij zijn om volk rond zich te hebben op dat bijzondere moment. De bioscopen hebben op zo’n avond een niet te onderschatten sociale functie. Nu liggen ze er zélf verweesd bij tijdens de feestdagen.


Ik kan me hooguit één keer herinneren dat ik op kerstavond in de bioscoop zat. Louter om de tijd te vullen. Kerstavond 1983. Een zaterdag. Ik werkte sinds april dat jaar bij BRT 2 Omroep Brabant aan het Flageyplein en presenteerde de nachtuitzending "Twee Tot Twee" vanaf half 12. Dat programma - met het beroemde kenwijsje "Close Cover" van Wim Mertens - liep doorgaans tot 2 uur 's nachts en werd overgenomen door alle toen bestaande BRT radionetten. Daarna regeerde er stilte op de radio tot half 6 's morgens. Uitzonderlijk liep de uitzending door en bleef ik de hele nacht op post. Ik was er al in de namiddag maar rond 19 uur was de voorbereiding klaar.


Om de tijd te doden, flaneerde ik door de lege straat richting Porte de Namur en kocht een ticket voor de vertoning van 20 uur van de nieuwe surrogaat James Bond "Never Say Never Again" met Sean Connery. Dat jaar waren er 2 Bondfilms uitgebracht. "Octopussy" met Roger Moore draaide sinds september en stond nog altijd op de affiche. "Never Say Never Again" was nét uit. Het was uitkijken aan de Avenue Louise dat je geen vertoning koos die in het Frans gedubd was. De kassadame was allesbehalve vriendelijk, de portier - dat had je toen nog - scheurde met een nors gezicht mijn ticket en de hooguit 30 bezoekers leken er ook tegen hun zin te zitten. Van de film herinner ik me weinig. Connery had een ongezond bruine kleur en zijn toupet lag niet meer op dezelfde plek als vroeger. Alleen de doortocht van een piepjonge Rowan Atkinson in een Bean-achtig personage bleef me bij.


Zodra de eindaftiteling begon, gingen de gordijnen dicht voor het filmdoek - ook dat bestond nog - en gooide de portier de deuren open. We konden niet snel genoeg buiten zijn. Er was geen vertoning meer om 22u00. Achter mij ging het rolluik meteen naar beneden. Ik stond oog in oog met de etalage van Miss Etam die me in kleurrijke letters "Joyeux Noël" wenste .

Toen dacht ik: cinema op kerstavond? Dat nooit meer.

Vooraf: geschreven voor de feestperiode, hier en daar lichtjes aangepast.
Verschenen in Primo TV Magazine, 1 december 2020

HET LOUIS DE FUNES VACCIN


Franse komiek par excellence Louis de Funès zorgde in zijn thuisland tijdens de eerste corona lockdown voor kijkcijferrecords toen France 2 zijn films weer één voor één uitzond. Ook de verkoop van de De Funès blu ray en dvd-boxen werd daar in die maanden weer aangezwengeld. "Louis de Funès, c’est nous" was hun motivatie en hoewel Fufu - zijn koosnaampje - al in 1983 overleed, stond hij in 2015 bovenaan de lijst van beste Franse acteurs voor Lino Ventura (nog zo’n oude knar) en huidig chouchou van de Franse komedie, Dany Boon. Nicolas Sarkozy, de oud-president die terechtstaat voor fraude, gaf ooit toe dat hij zich graag ontspande met de films van de Funès en er zichzelf af en toe in herkende. Want de Funès legt zelden de fraaiste kanten van de Fransman bloot: kruiperig, achterbaks, autoritair, lawaaierig. Het verklaart wellicht waarom de Britten de enigen waren die van zijn films niets moesten weten. "Mostly unfunny" was hun verdict.


Ik moet ook een halve Fransman zijn want de Funès achtervolgt mij sinds mijn ouders me meenamen naar "La Grande Vadrouille" in Cinema Rex. Toen ik in 1978 filmschool wou studeren en bij de adviserende proef naast Alfred Hitchcock, Orson Welles en François Truffaut ook de Funès een eervolle vermelding gaf, mocht ik me verantwoorden. Jacques Tati - die ik koester - vond de jury grote kunst, maar op de Funès keken ze neer. Sindsdien heb ik een hekel aan de goede smaakpolitie die wil bepalen wat je goed mag vinden en wat niet. Ik heb ook een elitair cinefiel kantje, daar ben ik me van bewust. De so(m)bere cinema van Michael Haneke, Ken Loach of de gebroeders Dardenne waar ik ook van hou, zal nooit het grote publiek aanspreken maar als tegengewicht zoek ik mijn soelaas in komedies. Omdat het een enorm onderschat genre is. Komische cinema krijgt zelden de grote filmprijs, komische acteurs nooit de Oscar. Ik daag heel wat van die dramatische acteurs uit om overeind te blijven in een boulevardklucht. Komische acteurs die verbazen in een ernstige rol zijn er des te meer: recent nog Rowan Atkinson als Maigret.


De Fransen vereren weliswaar een aantal andere films van de Funès dan ik. "La Soupe Aux Choux" uit 1981 is daar een cultklassieker en vond ik een smakeloze brij en "L’Avare" is een aanfluiting op het originele stuk van Molière. Het is jammer dat bij ons de Funès telkens geassocieerd wordt met de Gendarme-reeks die op "Le Gendarme Se Marie" na te veel inzinkingen vertoont. Een aantal van zijn films zakken na een schitterende start halfweg in elkaar als soufflé wat bewijst hoe moeilijk het is om een komedie vol visuele gags anderhalf uur vol te houden.


Ik beveel daarom enkele de Funès films aan die bij ons in de vergetelheid geraakten. Niet "La Grande Vadrouille", "L’Aille Ou La Cuisse" of "Rabbi Jacob", die terecht in ons collectieve geheugen zitten. Wél: "Ni Vu Ni Connu" met de Funès zowaar in een sympathieke rol, als stroper die de volksheld van het dorp wordt. "Jo", een vinnige thrillerkomedie waar de Funès bijna buiten zichzelf treedt. "La Folie Des Grandeurs" waarin hij als Don Saluste een veel betere versie van de vrek vertolkte en Yves Montand - rol die voor Bourvil bestemd was - heerlijk weerwerk biedt. En wie het graag echt feestelijk maakt: de eerste drie kwartier van "Le Grand Restaurant" waarin de Funès als maître d’hôtel zijn personeel in de greep houdt. De "Muskatnuss"-grap en de dansscène zijn geniaal. Daarna wordt de film een James Bond parodie met té veel achtervolgingen en iets te weinig grappen.


Ik ben sinds mijn kindertijd ingeënt met het de Funès-vaccin en daarom zo blij dat zijn fratsen mij - in een zeldzaam dipmoment - houvast bieden. Misschien geraakt zijn vaccin vroeg of laat tot bij jou.

Dit was de korte column die ik schreef toen de bioscopen weer dicht moesten eind oktober.

BIOSCOPEN IN NOOD


De rolluiken van de cinemazalen moeten sinds woensdag middernacht weer noodgedwongen naar beneden. Begin juli gingen de bioscopen na meer dan drie maanden huisarrest open onder strikte, weinig aantrekkelijke voorwaarden.  Aan de voet van de voor bioscoopuitbaters zo belangrijke herfstvakantie herhaalt dit scenario zich, alleen weet niemand voor hoe lang. Het aanbod was bijzonder karig in de vier maanden dat de zalen toch open mochten: potentiële kaskrakers werden voortdurend uitgesteld, successen van de laatste 10 jaar werden uit het archief gehaald en zelfs Franse films die normaal in Vlaanderen straal genegeerd worden, kregen plots een kans en werden van Nederlandstalige ondertitels voorzien.


De enige blockbuster die de filmzomer wou redden, "Tenet" van Christopher Nolan verdient een medaille voor moed en opoffering, maar was net als de nieuwe James Bond gebaat geweest bij een uitsteloperatie. Warner Brothers stevent voorlopig af op een enorme flop en moet nog 250 miljoen dollar goed maken om break even te draaien. En dat met een film die in normale omstandigheden in één week tijd winst had gemaakt. Uitgerekend deze week werden de traditionele Sinterklaasfilms in stelling gebracht - sinds een 15 jaar een constante in de bioscoop - én kwam er weer een Vlaamse film uit, "Kom Hier Dat Ik U Kus", de tweede film naar een boek van Griet Op de Beeck. Vergeleken met het peperdure "Tenet" zijn dat low budget producties, maar een Sinterklaasfilm kan moeilijk een herkansing krijgen in januari. De enige Vlaamse productie die in de zomer soelaas moest bieden, de zonnige komedie "Cruise Control" zwalpte enkele weken doelloos rond in de zalen ondanks een droomcast onder aanvoering van Lucas Van den Eynde. In coronatijden vallen alle zekerheden weg.


Jan Verheyen had, zoals bijna altijd rond deze tijd van het jaar, zijn nieuwe film klaar maar ook die wordt wijselijk uitgesteld naar januari. Al is wellicht dat moment nog te vroeg om het integere "Red Sandra" bij het publiek te brengen dat de film verdient. Zelfs als de bioscopen het licht op groen krijgen om in de kerstvakantie terug te openen, gooit geen enkele verstandige filmmaatschappij na het debacle van "Tenet" zijn paradepaardje te grabbel voor een beperkt publiek.


De komende weken gaat de verkoop van flatscreens met uitzinnige afmetingen weer de hoogte in, vrees ik. Mijn vrienden lachen me uit als ze op bezoek komen maar ik blijf zweren bij mijn televisietoestel van 65 op 40 centimeter. Zo kom ik niet in de verleiding om de bioscoop ontrouw te worden. Ik sta te trappelen de dag dat de rolluiken weer naar boven mogen.