Circus

In de lente van 1989 vatte de VRT televisie het idee op om in navolging van “Stars In Der Manège” (op de Duitse zenders), een vedettencircus uit te zenden. De bekende TV-gezichten van dat moment werden aangezocht om een vrij te kiezen pistenummer in te studeren en in een overmoedige bui had ik voorgesteld om een trapezeact te doen. Bart Peeters nam het risico om tijgers te temmen, Luc Appermont ging slangen & krokodillen optillen en ik wou voor hen niet onderdoen. Op 18 april hing ik in de touwen van het circus van Frank Torrez in een buitenwijk van Amsterdam. Zonder net. Voor een kleine ‘circuscommissie’ moest ik bewijzen dat ik kracht genoeg had in de armen om 3 minuten mijn kunstjes te vertonen. Ik dacht dat mijn carrière zou beperkt blijven tot dat plaatselijke grasveld, maar tot mijn grote verbazing werd ik goed bevonden als artiest in de nok. Ik kreeg een drietal video’s mee en een trapezestok om te oefenen. De volgende afspraak met mijn leermeester was precies één maand later. In de laatste 3 weken zouden we intens werken aan het uiteindelijke nummer.

Het werd uiteindelijk helemaal géén trapeze, wel een fakiract met vuur & glas. De lange lijdensweg die resulteerde in de opnames in Bellewaerde op woensdag 8 juni 1988 blijft – gek genoeg – mijn heerlijkste TV-herinnering. Ik oefende de eerste dagen aan elke schommel in de speeltuin tijdens de schemeruren, maar ook thuis bij mijn ouders op zolder. De trapeze werd er bevestigd aan de houten balken. Onder de trapeze lag de matras van mijn vroegere bed. Om veilig te landen, mocht het fout gaan. Het ging fout. Uitgerekend in de periode dat mijn ouders met vakantie waren. Ik ging zowat elke avond een half uurtje ‘in de touwen hangen’. Het was noodzakelijk dat de trapeze steeds hoger werd gehangen, want ik zou me in het uiteindelijke nummer niet van de grond afzetten. Daarom moest ik de knopen telkens ontwarren en hoger bevestigen aan de balken. Op een avond hing ik te bengelen aan de trapeze. Ik probeerde één van de kunstjes uit de video te perfectioneren, maar ik voelde dat één van de twee touwen losschoot van een balk. Voor ik recht kon komen, donderde de hele constructie naar beneden. En natuurlijk kwam ik op mijn hoofd terecht, nét naast de matras, op het beton. Ik zag sterretjes. Ik was nog wel in staat om bij de telefoon in de gang te geraken en een vriend te bellen. Die bracht me tot bij de spoedgevallen van het dichtstbijzijnde hospitaal, waar een lichte hersenschudding werd geconstateerd en een gekneusde wijsvinger. Daarmee viel het doek over mijn salto mortale-ambities. Er waren nog zo’n 5 weken voor de opnames. Er werd door de productieploeg – ter vervanging – een komisch nummer voorgesteld met poedels. Ik vond het bespottelijk. Ik beloofde mezelf plechtig alleen de piste te betreden met een ‘gevaarlijk’ nummer. Op dat moment waren we bezig met de voorbereidingen van het nieuwe jeugdprogramma “Schoolslag” en de man die de spelletjes bedacht, was zelf jarenlang straatartiest geweest, met een vuurspuwact. Zijn wenkbrauwen waren er ooit afgebrand, omdat de wind op een dag verkeerd stond, maar hij vond het best iets voor mij. Op vier weken leerde ik met pure petroleum grote vlammen uit te spuwen, met fakkels over mijn armen te glijden, een toorts met mijn tong te doven & over glas te lopen.

Op 7 juni stond ik al volleerde fakir te oefenen in de circustent. De finale bestond erin dat ik in een ton vol glasstukken de hele piste werd rondgerold. Om er zonder ook maar één scheurtje weer uit te springen. Terry Van Ginderen – mijn groot kinderidool - was mijn assistente, maar het waren Paul Codde & voormalige weerman Georges Kuster die de ton in de piste zouden rollen. Ze waren helaas niet goed ingelicht: ze rolden de ton de verkeerde richting uit en ik verloor mijn evenwicht (de truc bestond erin mezelf op te spannen en het glas op mijn lichaam te laten vallen, zonder wrijving). Daardoor kwam ik tijdens de repetitie bloedend uit de ton. De dokter verwijderde met een pincet 13 stukjes glas uit armen & benen. Bij de première-avond droeg ik alleen een broekje met pantermotief. De schminkster was opgedragen alles krasjes op mijn lichaam duidelijk zichtbaar te houden. Toen ik opkwam – nota bene het laatste nummer – dacht het publiek dat het om een komische act ging: een kamikazepiloot, die op de koop toe van opwinding vergat zijn schoenen uit te doen. Maar Tante Terry maakte me er attent op, niets ging fout en toen 5 steekvlammen en 7 minuten later, de hele tent rechtveerde, wist ik: dit heerlijke moment nemen ze me nooit meer af.

Drie jaar later, bij het tweede (en helaas laatste) vedettencircus, mocht ik vooralsnog mijn trapezenummer doen, mét Wendy Van Wanten. Ik ben daardoor één van de weinige mannen die écht hoogte van Wendy kreeg…