Brief aan een geliefde

Geachte Heer Delerue,

We hebben elkaar ooit ontmoet.
Twee keer zelfs.
Maar ik kan me niet voorstellen dat u me nog zou herinneren.
Ik hoop - eerlijk gezegd - dat u het zich niet meer herinnert.
De eerste keer was tijdens de openingsreceptie van het Filmfestival van Gent. Een vriendin, die wist dat ik dweepte met uw muziek, zorgde ervoor dat ik toevallig in uw buurt kwam te staan en regelde zo een vluchtige ontmoeting. Ik wil liever niet meer weten hoe ik me in kreupele Franse zinnen en met een blos op de wangen aanprees als uw grootste fan. Waarop u me uitnodigde voor de repetities van uw concert twee dagen later in de Opera van Gent.
Ik wist niet wat me overkwam.
Bij die tweede kennismaking moet ik me nog meer gedragen hebben als een beate bewonderaar en koketteerde zelfs met mijn kennis van uw repertoire. Van op de tweede rij in de zaal staarde ik de ganse dag met bewondering naar de jonge muzikanten die u met veel toewijding dirigeerde. Het is een van de zeldzame keren dat ik uw wonderlijke muziek live hoorde uitvoeren.
Sta me toe te vertellen, twintig jaar later, hoe het begon.

 

Het was liefde op het eerste gehoor.
Demis Roussos loste Freddy Breck af in de hitparades, maar die nepromantiek was niet aan mij besteed. Ik dweepte in die dagen meer met The Sweet, Slade en Redbone. Mijn ouders keken vreemd op toen vanuit mijn kamertje een riant georchestreerd, door barok geïnspireerde melodie tot in den treuren toe werd herhaald op mijn Dual platenspeler. Het was mikken om de naald telkens op de juiste plek te krijgen, want het thema zat gekneld tussen een onbenullig ding dat ‘Cleopatra Jones’ heette en monotoon getingeltangel, dat achteraf een ware klassieker bleek te zijn, ‘Duelling Banjos’ uit de film “Deliverance” maar dat drong op dertien jaar nog niet tot me door.
Het was mij te doen om kant één, liedje nummer zes op een plaat die door zijn formaat met kop en schouders boven mijn nog bescheiden singles-collectie uitstak.
Tot dan toe werden mijn keuzes voor het kopen van een 45 toeren plaatje beïnvloed door DJ Anthony via de BRT top 30 of door Ad Visser in Avro’s Toppop. Een programma dat thuis taboe was, maar af en toe ving ik flarden op van Toppop als ik bij een vriend raad ging vragen voor mijn huiswerk.
Ik had me mijn allereerste LP laten aanpraten door de dame van de Cinéshop naast Cinema Metro in Antwerpen. Bij toeval hadden we enkele weken ervoor met ons gezinnetje de film “La Nuit Américaine” gezien in Ciné Quellin.. Het was de dichtstbijzijnde uitwijkmogelijkheid toen er geen einde kwam aan de wachtrijen voor Cinema Pathé, waar “Les Aventures De Rabbi Jacob” met Louis de Funès draaide. Hoewel de film van François Truffaut niet echt voor mijn leeftijd was bestemd , vond ik de intriges op en rond een filmset prachtig en vooral het muziekje dat in sleutelscènes Jacqueline Bisset van het scherm blies, geraakte niet uit mijn hoofd. Truffaut belde halverwege zijn componist op en dat was de eerste keer dat ik uw naam hoorde: Georges Delerue.

Na een bezoek aan het eethuis Palermo – waar we met vaste regelmaat op zondag mosselen friet gingen eten – liepen we voorbij de Cinéshop die toen gespecialiseerd was in filmmuziek. In de etalage lag een LP met daarop een foto van “La Nuit Americaine”. De volgende woensdag nam ik bus 32 richting centrum en voor ik de Cinéshop binnenstapte, schraapte ik mijn zakgeld van de voorbije maanden bij elkaar. Een singletje koste toen 66 frank. Die prijs stond in grote letters op het hoesje , meestal als oranje zelfklever met de goede raad “neem mij weg als u mij schenkt”. Deze LP kostte 299 frank en dat was een hap uit mijn budget, want in die dagen verzamelde ik vlijtig alle prentjes van de wielrennercollectie van Panini en het kostte mij een fortuin om Van Springel, Godefroot en mindere goden te kunnen inlijven in mijn album. Even twijfelde de dame of het wel om de juiste film ging, vanwege de Engelse titel “Day For Night”, maar toen ze de LP voor alle zekerheid liet horen, schalde de baroktrompet door haar winkeltje en wist ik zeker dat dit mijn meest verantwoorde aankoop was van 1973.

35 jaar later is de LP niet echt een waardevol object op veiling-internetsites – er wordt hooguit 15 dollar voor geboden - maar voor mij blijft de plaat onbetaalbaar. Uw naam begon me vanaf dan te achtervolgen. Ik zag uw naam op de begingeneriek van “Le Corniaud” met mijn helden De Funès en Bourvil toen die voor het eerst op televisie werd vertoond. Uw naam verscheen in grote letters zodra een nieuwe aflevering van het TV feuilleton Thibaud over de beeldbuis stormde en tijdens de ‘Cinema en Plein Air’ aan de Cote d’Azur in de zomervakantie sprong ik een gat in de lucht toen uw naam werd geprojecteerd bij het begin van “Heureux Qui Comme Ulysse”, de laatste film van de populaire komiek Fernandel. In de TV bladen ging ik uitpluizen of er films werden gedraaid waarvoor u de muziek had gecomponeerd. Met mijn ITT recordertje tapte ik de klank af via de luidspreker van de televisie. Bij aanvang van elke film hoorde iedereen in het salon stil zijn, want gekuch tijdens één van uw thema’s vond ik heiligschennis.
Alles vond ik even mooi. Al was ik het meest gecharmeerd door uw zwierige thema’s waarin de accordeon de hoofdrol opeiste. Via uw muziek ging ik de finesses van de hobo en de klarinet ontdekken. En werd ik voor het eerst oprecht door muziek ontroerd.
Ik werd trouwe klant van de Cineshop waar de dame een nieuwe LP en af en toe een zeldzaam EP’tje met uw muziek voor mij opzij hield. The Sweet, Slade en Redbone waren ondertussen vervangen door The Eagles, The Doobie Brothers en 10 CC, maar uw muziek hield stand.
Uw ragfijne manier van orchestreren bedwelmde mij. Dit had ik nooit eerder gehoord. Zo zuiver, zo elegant. Zo beheerst en toch zo ongedwongen. En zonder woorden, waardoor ik mijn eigen beelden en verhalen creëerde. Want ik hoefde de film niet te hebben gezien, om uw muziek mooi te vinden. Alles wat ik niet vond in popmuziek, vond ik bij u.

Ik bleef in al die jaren niemand zo trouw in mijn leven als u. Een dag zonder uw gezelschap is ondenkbaar. Als ik mijn PC opstart, komt u meteen tot leven via uw website, waarvan u het bestaan niet eens afweet. Mijn wekkerradio laat me niet ontwaken met een venijnige biep maar met enkele van uw meest dartele thema’s waar ik onmiddellijk vrolijk van word. Vertrek ik met vakantie, heb ik gegarandeerd een kleine verzameling muziek van u in het handschoenkastje van de auto, die me vergezelt in een onbewaakt moment. Elk nieuw thema dat ik van u ontdek – hoe kort ook –is als een karaktertrek van uw persoonlijkheid die ik door de jaren heen beetje bij beetje mag doorgronden. Ik hoor uw muziek overal bij: bij mensen op de roltrap in een grootwarenhuis, bij fietsende kinderen in het park, bij toeterende automobilisten in de file.
Voor elke situatie tover ik uw muziek tevoorschijn in mijn hoofd. En het mag haaks staan op wat ik op dat moment ervaar: van een intriest of sacraal thema kan ik nog intens gelukkig worden. Ik herken uw werk uit duizenden. Aan één notenbalk heb ik voldoende. Er zijn thema’s die ik al honderden keren hoorde en die me keer op keer vlinders in de buik bezorgen, als bij een eerste verliefdheid.

Het doet deugd te weten dat na uw dood anderen uw muziek opnieuw in de aandacht brachten, via hun films. Martin Scorcese leende een thema voor “Casino”, Wong Kar Wai deed hetzelfde voor “In The Mood For Love”. Zelfs reclamemakers vertrouwden recent een parfum van Chanel toe aan één van uw meest geniale melodieën, ook al werd het thema gruwelijk ingekort tot 45 seconden.
En uw muziek leeft ook verder in andere componisten. Sommigen hebben wel erg goed naar uw muziek geluisterd, maar u evenaren kunnen ze nooit. Ik mag dan al eens flirten met Rachel Portman of Bruno Coulais die uw lyriek en levensvreugde benaderen in hun werk, maar uiteindelijk kom ik altijd weer bij u terecht.

Ik wil de liefde voor uw muziek graag met anderen delen. Kom ik in een grote CD zaak met een afdeling filmmuziek – of het nu Antwerpen, Brussel, Parijs of Lille is – ik ga meteen op zoek naar uw schaarse verzamel-CD’s die er nog worden aangeboden en plaats ze vooraan, duidelijk zichtbaar in de rekken.
Ik ben met andere woorden altijd een beetje die opdringerige fan gebleven.

Geachte Heer Delerue,
U hebt mijn leven op muziek gezet.

Voetnoot:
Georges Delerue was een Franse filmcomponist met naam & faam.
Hij won zowel een Emmy Award als de Oscar (voor “A Little Romance”) als Césars (voor “Le Dernier Métro”). Zijn naam is onherroepelijk verbonden aan regisseur François Truffaut.
Aan’t eind van zijn leven woonde hij in Hollywood (waar hij overleed in 1992) maar hij keerde nog geregeld terug naar zijn thuisland om voor bevriende regisseurs (Philippe de Broca, Bertrand Blier) een soundtrack te schrijven. Hij was ook af en toe te gast in België. Vanwege zijn gesmaakte optredens op het Festival in Gent en zijn aimabele karakter, werd sindsdien de grote prijs van het Festival naar hem genoemd: de “Georges Delerue Prijs” bekroont ieder jaar de film die het best muziek bij de beelden gebruikt.
Over Georges Delerue bestaat een prachtig verzorgde website die bewijst dat de componist ruim 15 jaar na zijn dood nog altijd gewaardeerd wordt: http://www.georges-delerue.com
Tik ook zijn naam eens in op Youtube: u zal verbaasd staan hoe zijn muziek verder leeft in de harten van vele anderen.